Er zijn al altijd rode koeien geweest in Denemarken. Oorspronkelijk
ontstond het ras in het begin van de 19de eeuw door kruisen van het
roodvee op de Deense eilanden met Anglers uit Schlegwig en de roden uit
Ballum.
Sindsdien kreeg het de naam 'Danish Red' (Deens rood).
Daarna werd de populatie regelmatig vermengt met heel wat andere rassen,
daardoor is er erg weinig inteelt zodat we eigenlijk kunnen spreken van
een soort van crossbreeding-ras.
De verschillende belangrijke gebeurtenissen voor het ras hier even op
een rijtje:
1878: Het ras word officieel erkent.
1970: Gestopt met het ras zuiver te houden.
1972: Een deel van de populatie bestaande uit genen van Fins
Ayrshire, Zweeds roodbont of Nederlands MRIJ werd in het stamboek
opgenomen.
1975: Er word sperma geďmporteerd van Brown Swiss (USA) en Red
Holstein (Canada) om in te zetten op de huidige populatie.
1987: Er worden beperkte hoeveelheden sperma aangekocht van Brown
Swiss (Zwitserland), Zweeds roodbont en Angler.
1992: Er worden kleinschalige experimenten gedaan door enkele
dieren te kruisen met het Franse Montbéliarderas.
1993: Er wordt terug sperma van Angler en Red holstein
geďmporteerd. (Stieren zoals Momentum-red, Beautiful, Milestone,Tulip
en Stadel zijn gebruikt op het ras).
Foto's: Angler heeft Deens rood en een
grotere hoeveelheid Red holstein in de genen.
1994: Sperma van enkele bewezen Zweeds roodbonte stieren is
onbeperkt beschikbaar.
Foto's: links: Peterslund (srb) X Deens
rood, rechts: Orraryd (srb) X Deens rood.
1996: Enkele Nederlandse en Duitse MRIJ-koeien worden
geimporteerd en in het stamboek opgenomen.
200?: Er wordt sperma van enkele van de beste
Montbéliardestieren geimporteerd.
Heden: Naast een ruim stierenaanbod van eigen 'Danish
Red' en 'Swedish Red' (SRB) is er ook nog een beperkte
hoeveelheid importsperma die wordt toegelaten tot het
stamboek. o.a.stieren van 'Fins Ayrshire', 'Noors roodbont'
en 'Montbéliarde'.
Het ras is tevens lid van de overkoepeling ERDB (European
red dairy breed) dit is een gezamelijke genetische
kweekvijver van volgende rassen, met als doel de
samenwerking en de uitwisseling van genen tussen de
verschillende ki-organisaties te bevorderen, en gegevens
voor elkaar beschikbaar te stellen:
RAS
Aantal stamboekkoeien
Angler (Duitsland)
11,900
Danish Red (Denemarken)
42,599
Estonian Red (Estland)
26,607
Finnish Ayrshire (Finland)
171,000
Latvian Brown (Letland)
83,326
Lithuanian Red (Litouwen)
48,911
Norwegian Cattle (Noorwegen)
242,000
Polish Red (Polen)
35,000
Swedish Red (Zweden)
146,708
Austrin Dairy Simmental
(Oostenrijk)
250,500
Russian Red Steppe (Rusland)
164,200
De huidige populatie Deens rood bevat slechts een 42000 stuks
ingeschreven koeien en is hiermee het kleinste ras die op
deze site wordt besproken.
Tjur
Far/Morfar
HF
MB
BS
RDM
SRB
(Ay-Khn-Lant)
R Ascona RDM
35876
Tulip/T Bruno
62,5
0
0
12,5
25,0
(13,9-9,3-1,8)
R Bangkok RDM
35965
T Fjembe/T
Bruno
25,0
0
18.0
32,0
25,0
(13,9-9,3-1,8)
R David RDM
36099
FYN Aks/T
Bruno
25,0
0
8,6
41,4
25,0
(13,9-9,3-1,8)
R Eg RDM 36315
Micmac/T Bruno
14,5
48,0
0
12,5
25,0
(13,9-9,3-1,8)
R Degn RDM
36200
FYN Aks/ÖJY
Ladby
25,0
0
18,8
43,7
12,5
(7,0-4,6-0,9)
Tabel: Enkele Deens rode
stieren met hun afstammingspercentages.
HF=Holstein (incl. Red HF en oud scand. friesian), MB=Montbéliarde,
BS=Brown swiss, RDM=oud Deens rood (incl. duits Angler),
SRB=Zweeds roodbont met onderverdeling van het %
Ayrshire, Shorthorn en oud Zweeds landras.
Door het inmengen van al die rassen heerst een grote
variatie binnen de populatie.
De dieren zijn meestal vrij klein, licht en erg
melktypisch, maar ondertussen zijn ze door kruisen
met Holstein en Brown Swiss iets groter van gestalte
dan voor 1970.
Ze hebben zwarte klauwen en een goede uier.
Men treft ze aan in verschillende kleurslagen, van
donkerbruin of rood tot geel.
De stieren zijn meestal donkerder gekleurd dan de
koeien.
Het ras is vooral geliefd voor zijn
sterke klauwen, gezonde uiers, makkelijke geboortes en hoge gehalten
in de melk.