Het Brown Swiss ras vindt zijn oorsprong in het Noord Oostelijke
Alpengebied van Zwitserland. Botopgravingen wijzen op verwante dieren van 4000
voor Christus. Het ras is inmiddels wijdverspreid over de hele wereld, en de
totale wereld populatie wordt geschat op 7 miljoen dieren. Het ras is hiermee
na Holstein bijna het grootste ras ter wereld. Grote populaties zijn er in Duitsland,
Zwitserland, Italië en Oostenrijk. Maar ook in Frankrijk, de VS, Canada,
Australië en Nieuw Zeeland, Midden- en Zuid Amerika en Noord Afrika worden Brown
Swiss koeien gemolken. Dit schetst zeer goed één van de sterke eigenschapen van
het ras: het vermogen om uitstekend aan te passen aan extreme omstandigheden als
hitte en kou.
Over de hele wereld wordt het Brown Swiss ras geroemd om haar
kracht, goede benen en klauwen. Dit vormt de basis voor de duurzaamheid en
wereldwijde belangstelling. Het is in staat zeer persistent melk te produceren
met hoog eiwit en daarbij een hele scherpe vet/eiwit verhouding. 100 000 L
koeien komen binnen het ras frequent voor, geen enkel ander ras slaagt erin om
zo hoge langleefbaarheid te realiseren.
Het fokdoel van de Duitse Brown Swiss is als volgt:
Een koe van tussen de 1,40 m en 1,50 m groot, > 650 kg die tussen de 8.000 tot
9.000 kg hoogwaardige melk geeft, met een totaal van meer dan 8% vet en eiwit en
uitstekend geschikt is voor de kaasbereiding. Ze beschikt over een gezonde
soepele uier dat in balans is en goed en gemakkelijk weg melkt. Ze is vruchtbaar,
kalft gemakkelijk en gaat zeer lang mee door best beenwerk, met harde klauwen.
Ze past zich uitermate goed aan onder diverse klimatologische en management
omstandigheden, zowel aan tropische hitte als extreme kou.
Dit heeft geleid tot een ras dat zeer persistent melk
produceert. Het kan erg goed omgaan met
extensief geteeld ruwvoer. Brown Swiss dieren zijn laatrijp, de vaarzen groeien
goed door bij constante conditie. Tevens heeft een sterke selectie op krachtige
benen en harde gepigmenteerde klauwen plaats gevonden.
Er wordt in Zuid-Duitsland veel met de z.g.n. lactocorder
gemonsterd. Dit is een melkcontrole computer die de melksnelheid op 2 cijfers
achter de komma meet. Hierdoor zijn er veel gegevens beschikbaar over
melkbaarheid. Dit wordt in het fokprogramma uitgebreid benut,waardoor er grote
progressie op dit vlak geboekt kan worden.
Alle rassen, of het nu
koeien, paarden, honden of katten zijn, hebben te maken met erfelijke
afwijkingen die in meer of mindere mate voorkomen. Brown Swiss is hierin niet
anders. Net als de Holstein populatie erfelijk overdraagbare aandoeningen kent
zoals BLAD, CVM, Mulefoot etc., zijn er ook bij Brown Swiss enkele
afwijkingen bekend die erfelijk zijn via bepaalde lijnen. Bij het kruisen van
Brown Swiss met andere rassen speelt dit probleem niet, aangezien de afwijkingen
allen recessief overerven. Als er toch doorgekruist gaat worden na gebruik van
dragerstieren is het verstandig op de hoogte te zijn van één en ander.
Brown Swiss is best geschikt om te kruisen met Holstein en Jersey.
Video: Reportage van melkveemagazine bij
Nederlands BrownSwissfokker Albert Zents
Wat mag je verwachten bij gebruik van Brown Swiss:
Positieve eigenschappen:
Lager celgetal;
IJzersterke benen en zwarte klauwen (zijn bewezen erg hard te zijn!!);
Weinig verlies aan uniformiteit in frame t.o.v. Holstein;
Hogere eiwitgehalten;
Persistente dieren;
Hun nakomelingen hebben meestal een 'spiertje' extra;
Langere levensduur.
Negatieve eigenschappen:
Iets minder melk;
Laatrijp, produceren meestal iets minder als vaars, t.o.v. andere
rassen;
Bepaalde stieren binnen het ras hebben de eigenschap om trage
melkbaarheid over te erven!!
Volgens sommigen zijn de kalveren doorgaans koppige moeizame drinkers;
Diepere uiers dan de HF.
Met Brown Swiss heb je iets meer kans op moeilijke geboorten!
Waar moet je bij de stierkeuze vooral op letten. In volgorde volgens
belangrijkheid:
Melkbaarheid: stier moet binnen het ras positief scoren voor
melkbaarheid;
Productie: Vooral liters zijn belangrijk, goede gehalten heb je sowieso;
Uiervorm: Ophangband en uierdiepte zijn punten die binnen het ras
aandacht verdienen.
Andere kenmerken zoals beenwerk, celgetal, vruchtbaarheid zijn hier minder
belangrijk in de stierkeuze, door het feit dat deze eigenschappen meestal altijd
verbeteren, ongeacht welke Brown Swiss stier je gebruikt om in te kruisen.
Zwarte
klauwen hebben de eigenschap VEEL harder en gezonder (minder
gevoelig voor stinkpoot) te zijn dan de gewone witgele klauwen.